Lang daarvoor, in 1987, behaalde André zijn artsexamen aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn studie geneeskunde werd hij keuringsarts bij de Koninklijke Luchtmacht, waar hij onderzoek deed naar ruimtelijke desoriëntatie bij vliegers en ruimteziekte bij astronauten. Daarna ging hij aan de slag als arts en wetenschappelijk onderzoeker bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA.
“Als co-assistent heb ik gewerkt in het Emma Kinderziekenhuis, toen nog aan de Amsterdamse Sarphatistraat, en die tijd heeft grote indruk op mij gemaakt. Ik heb er ontzettend veel geleerd en er een mooie tijd gehad.” Toen André jaren later werd gevraagd of hij ambassadeur wilde worden van het Emma Kinderziekenhuis, hoefde hij dan ook niet lang na te denken. “Natuurlijk wilde ik dat en dat had twee redenen. Ten eerste omdat ik er zelf co-assistent ben geweest en dus daar al een verleden heb. Maar ook omdat het zusje van mijn echtgenote in het Emma heeft gelegen met leukemie. Zij is daar helaas aan overleden toen zij nog heel jong was. Ik heb haar zodoende nooit gekend, maar het gaf mij een extra stimulans, naar mijn vrouw en schoonfamilie toe, om iets terug te doen voor de stichting en het ziekenhuis. Daar komt bij: kinderen horen niet ziek te zijn. Dat gebeurt wel en het is helaas de realiteit. Maar het voelt zo onnatuurlijk. Volwassenen, ja, die krijgen van alles. Van een voetbalknietje tot natuurlijk ook ernstige ziektes. Maar als het om kinderen gaat is dat extra heftig. Ik vond het als co-assistent ook altijd heel moeilijk om uit te leggen wat zij mankeerden. Hoe leg je uit waarom dit juist hen overkomt? Het is voor mij heel normaal om mij in te zetten als ambassadeur van het Emma Kinderziekenhuis.”