Het Ziekenhuispaspoort is in feite een vernieuwde versie van iets wat al bestond, namelijk het prikpaspoort. Het is een boekje dat we inzetten als we merken dat het kind angstig is of stress heeft. Suzanne: ‘De titel van het oude boekje dekte de lading niet meer. Want er zijn natuurlijk meer handelingen dan bloed afnemen alleen. Ook de vragen waren niet meer van deze tijd. Het vernieuwde boekje bevat zes overzichtelijke stappen. Daarmee kan het kind samen met de ouders en medisch pedagogisch zorgverlener een plan maken. Daarnaast is er de zevende stap. Deze mag het kind helemaal zelf invullen. Bijvoorbeeld de wens voor speciale muziek in de operatiekamer. Ook hebben we op het taalgebruik gelet. Zo spreken we bewust niet meer over de woorden prik en prikken, maar over comfort en je prettig voelen. Dat je als kind juist sterk en dapper bent.’
Het ziekenhuispaspoort is dus een speciaal paspoort dat het zieke kind zelf mag invullen. Suzanne: ‘ze mogen zelf aangeven wat ze prettig vinden en wat niet. Wij komen ze tegemoet, binnen de mogelijkheden van de behandelingen. Als medisch pedagogisch team weten we dat dit voor kinderen goed werkt. Het is bekend dat voorbereiden en het maken van een plan zorgt voor minder stress bij behandeling. Het feit dat het paspoort ook vooraf samen met de vaste behandelend arts wordt besproken, wekt ook vertrouwen. Niet alleen bij het kind maar ook bij de ouders. Voor hen is de behandeling van hun zieke kind ook een enorm ingrijpend proces.’