Donate now
October 2026

Bewegingsstoornissen bij kinderen beter volgen door kunstmatige intelligentie

Research

Jaarlijks draagt Stichting Steun Emma Kinderziekenhuis bij aan de start van vernieuwend wetenschappelijk onderzoek. De Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) beoordeelt onderzoeksvoorstellen en selecteert projecten die kunnen bijdragen aan betere kinderzorg. Dit jaar behoort het onderzoek van Helga Haberfehlner naar de inzet van kunstmatige intelligentie bij het beoordelen van bewegingsstoornissen tot de vijf geselecteerde projecten.

Ongecontroleerde bewegingen

Voor kinderen met dystonie kunnen dagelijkse bewegingen een grote uitdaging zijn. Dystonie is een bewegingsstoornis waarbij spieren onwillekeurig aanspannen, waardoor ongecontroleerde bewegingen of afwijkende houdingen ontstaan.

De ernst van de klachten kan gedurende de dag sterk wisselen. Stress, emoties of pijn kunnen de bewegingen bijvoorbeeld verergeren. Daardoor is het voor artsen lastig om tijdens een ziekenhuisbezoek precies vast te stellen hoe het met een kind gaat en of een behandeling voldoende effect heeft.

Om kinderen beter te kunnen volgen, ontwikkelden onderzoekers van Amsterdam UMC eerder de app MODYS@home. Hiermee kunnen ouders thuis metingen uitvoeren en video’s maken van de bewegingen van hun kind.

Automatische beoordeling

Onderzoeker Helga Haberfehlner wil nu onderzoeken of kunstmatige intelligentie deze video’s automatisch kan analyseren.

Met speciale beeldherkenningstechnieken wordt onderzocht of een computer onwillekeurige bewegingen en houdingen kan herkennen en de ernst ervan kan beoordelen. Daarvoor gebruikt het onderzoeksteam bestaande thuisvideo’s van 25 kinderen met dystonie.

Vervolgens wordt de methode getest bij tien kinderen die een behandeling ondergaan. Door hun bewegingen vóór en na de behandeling te vergelijken, onderzoeken de onderzoekers of de technologie bruikbare informatie kan opleveren voor de dagelijkse zorg.

Meer inzicht uit de eigen omgeving

Wanneer bewegingsklachten vaker en betrouwbaarder thuis kunnen worden gemeten, ontstaat mogelijk een vollediger beeld van hoe het met een kind gaat.

Artsen zouden daardoor beter kunnen beoordelen of een behandeling werkt en wanneer aanpassingen nodig zijn. Tegelijkertijd kan het aantal ziekenhuisbezoeken voor het beoordelen van klachten mogelijk worden verminderd.

Zo onderzoekt het team hoe technologie kan bijdragen aan zorg die niet alleen nauwkeuriger is, maar ook beter aansluit op het dagelijks leven van kinderen en hun gezinnen.