Landelijk onderzoek brengt mentale impact van vroeggeboorte op ouders in kaart

Ruim een derde van de moeders en een op de zes vaders van zeer vroeg geboren baby’s ervaren rond de uitgerekende datum zoveel stressklachten dat mogelijk sprake is van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Dat blijkt uit een landelijke studie waaraan alle Nederlandse intensivecareafdelingen voor te vroeg geboren baby’s deelnamen, mede mogelijk gemaakt door Stichting Steun Emma Kinderziekenhuis.

Een zeer vroeg geboren baby en de daaropvolgende opname op de intensive care hebben grote impact op het hele gezin. Onderzoekers volgden daarom 446 baby’s die vóór 29 weken zwangerschap werden geboren. Ouders van 217 gezinnen vulden op verschillende momenten vragenlijsten in over hun mentale welzijn.

Stressklachten blijven lang aanwezig

Hoewel het met de meeste ouders goed gaat, blijkt een aanzienlijk deel psychische klachten te ervaren. Bijna 40 procent van de moeders was in de eerste weken na de geboorte duidelijk somber. Bij vaders ging het om ongeveer 20 procent. De depressieve klachten bij moeders namen later af, maar met name de klachten die passen bij PTSS bleven bij veel ouders hoog.

Rond de oorspronkelijke uitgerekende datum rapporteerde ruim een derde van de moeders zulke klachten. Onder vaders gold dit voor ongeveer een op de zes.

“Een vroeggeboorte en opname op de intensive care voor baby’s is niet alleen een ingrijpende medische gebeurtenis, maar kan bij veel ouders diepe emotionele sporen nalaten”, zegt Lotte Haverman, psycholoog en hoogleraar in het Emma Kinderziekenhuis van Amsterdam UMC.

Zorg voor kind én ouders

De onderzoekers pleiten ervoor om de mentale gezondheid van ouders structureel te volgen als onderdeel van de zorg rondom vroeggeboorte. In het Emma Kinderziekenhuis is hiervoor het KLIK PROM-portaal ontwikkeld. Via dit digitale systeem vullen ouders vragenlijsten in over onder andere hun welzijn, klachten en ervaringen. Zorgverleners kunnen hierdoor tijdens een gesprek sneller zien waar extra ondersteuning nodig is.

Ook willen de onderzoekers verder onderzoeken of EMDR-therapie effectief kan worden ingezet bij ouders van te vroeg geboren kinderen. Wanneer dit goed blijkt te werken, zou deze behandeling een vast onderdeel van de zorg kunnen worden.

“Als we weten welke ouders vastlopen, kunnen we hen tijdig gerichte hulp bieden. Dat is beter voor de ouders én voor het kind”, aldus Haverman.

Stichting Steun Emma Kinderziekenhuis draagt bij aan onderzoek dat helpt om de zorg voor kinderen én hun gezinnen verder te verbeteren. Want hoe het met ouders gaat, heeft grote invloed op de ontwikkeling en het welzijn van hun kind.

De resultaten van de landelijke HIPPO-studie zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Pediatrics. Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door de VriendenLoterij, in samenwerking met Stichting Vrienden van het Sophia, UMC Utrecht & Wilhelmina Kinderziekenhuis Foundation en Stichting Steun Emma Kinderziekenhuis. 

Deel dit artikel