Even voorstellen… Job Calis
In deze reeks delen collega’s van het Emma Kinderziekenhuis hun verhaal. Zij vertellen over hun rol binnen het ziekenhuis, over wat hen elke dag motiveert en waar zij van dromen. Met hun persoonlijke verhalen hopen we een inkijkje te geven in de mensen achter het werk: mensen die met hart en ziel werken aan de beste zorg voor de kinderen.
Job Calis is als kinderarts-intensivist werkzaam op een van de zeven kinderintensivecares die Nederland rijk is. Tijdens zijn coschappen was het hem meteen duidelijk dat hij gemaakt was voor de kindergeneeskunde. Jobs droom is om op een zo groot mogelijke schaal impact te maken voor alle kinderen in de wereld.
“Ik heb geneeskunde in Amsterdam gestudeerd en vanuit de coschappen had ik al vrij snel door dat de kindergeneeskunde écht iets voor mij was. Eigenlijk ben ik toen meteen hier in Amsterdam UMC gebleven. De sfeer en diversiteit hier, en specifiek bij de kindergeneeskunde, vond ik meteen al heel erg leuk en goed. Na mijn coschappen heb ik via het Emma Kinderziekenhuis ook promotieonderzoek gedaan en drie jaar in het buitenland gewerkt. Aansluitend op mijn opleiding tot kinderarts heb ik me gespecialiseerd in de kinder-intensive care. Sinds 2015 werk ik als stafarts bij Amsterdam UMC. Daarnaast heb ik een periode in Malawi gewerkt, met een halve aanstelling aan de Kamuzu University of Health Sciences (KUHeS), waar ik een bijdrage heb geleverd aan het opzetten van een kinder-IC.”
Uitdagend
Voor Job was de kindergeneeskunde dus een bewuste keuze. “De creativiteit die je nodig hebt om met ouders én kinderen te communiceren en om te gaan, dat maakt mijn werk echt ontzettend leuk. Eigenlijk heb ik bij een ziek kind vaak drie patiënten. Of in ieder geval drie gesprekspartners, waarbij er één ziek is. En om de beste behandeling te kunnen geven, moet je iedereen optimaal informeren. Dat maakt het uitdagend, want kinderen moeten op de hoogte zijn van wat er gebeurt en het toelaten, ook al zijn bepaalde dingen voor hen onlogisch. En iets uitleggen aan een kind is toch anders dan aan een volwassene. Dus qua communicatie moet ik heel flexibel en creatief zijn, maar dat maakt het werk zo leuk. Plus: kinderen moeten natuurlijk nog veel langer leven en dus is er veel meer te winnen als wij ons werk goed doen.” Wie een carrière in de geneeskunde ambieert, weet dat er een groot verschil is qua emotie wanneer het zieke kinderen betreft ten opzichte van volwassenen. “Dat mes snijdt een beetje aan twee kanten. Aan de ene kant is het natuurlijk een enorme motivator en drijft dat je: voor een kind wil je gewoon alles doen en alles gedaan hebben. Dat doen artsen ongeacht de leeftijd van een patiënt, maar bij kinderen is de motivatie om alles op alles te zetten nóg groter en zodoende ook de eventuele beloning heel hoog. Dat motiveert mij enorm en is natuurlijk een perfecte brandstof die je kunt gebruiken. Maar brandstof is ook explosief en dat is wel iets dat ik me als arts ook heel goed besef.”
Malawi
Dat het elders ook wel anders gaat, weet Job al te goed dankzij zijn werkzaamheden voor het Global Child Health project in Malawi. “In het Emma hebben we 100 kind-specialisten voor 120 opgenomen patiënten. In Malawi is dat tien artsen op 300. Wereldwijd heeft 10% van de kinderen toegang tot 90% van de hulpbronnen in de gezondheidszorg. Dat betekent dus dat die andere 90% van de kinderen het met 10% van de hulpbronnen moet doen. Dat is wel iets wat ik mij terdege besef en waarom ik me er dus graag voor inzet. Je wilt een verschil maken. Uiteindelijk heb ik drie jaar in Malawi gewoond, gewerkt en onderzoek gedaan. Het was een hele leerzame, bijzondere en natuurlijk ook best zware tijd. In Malawi moet je nóg creatiever zijn in alles wat je doet en dat met veel minder middelen. Een dag niet aanwezig zijn kan echt betekenen dat sommige patiënten het niet redden. In die zin was mijn tijd in Malawi erg belonend. Door de omgeving en cultuur heb ik veel geleerd, en ook van mijn Afrikaanse collega’s. Ik ga nog steeds eens per vier maanden die kant op om er twee weken te werken.”
Morgen is Vandaag Nederland heeft ongeveer vijftig kinder-IC-bedden, waarvan er in het Emma Kinderziekenhuis een stuk of twaalf staan. “Dat is best wel een stevig aantal en dus een grote verantwoordelijkheid. Eigenlijk alles wat we doen, zeker ook op een IC, doen we niet voor dat moment. Wat dat betreft dekt ‘Morgen is Vandaag’ – de slogan van het Emma Kinderziekenhuis – wel de lading. Het is hard werken en investeren in een betere tijd daarna. Alles wat we vandaag doen, is gericht met het oog op morgen, want daar is onze blik op gericht. Een ander belangrijk streven is ook ‘Samen Beter Worden’. Ze zeggen weleens: it takes a village to raise a child. Maar misschien is het ook wel: it takes a city to heal a child. Wat dat betreft is een ziekenhuis ook wel een soort kleine stad. En daar moet je alles écht wel samen doen. Dat heb ik ook in Afrika gezien. Als een dokter een bot rechtzet, maar er is geen fysiotherapeut om te zorgen dat die patiënt weer snel uit zijn bed komt, of er is geen apotheker om de spullen te leveren, dan houdt het op. Alles en iedereen moet perfect op elkaar ingespeeld zijn; het is echt teamwork. En een dag is geslaagd als we het maximale eruit hebben gehaald en iedereen er een goed gevoel aan overhoudt, hoe moeilijk het soms ook is.” Het mooiste aan zijn werk vindt Job de creativiteit en de onvoorspelbaarheid. “Ik zeg ook wel eens dat de slogan op onze afdeling relax, nothing is under control is. Er gebeuren op een IC dagelijks de meest onwaarschijnlijke dingen, dus je moet daar heel flexibel en creatief in staan. Mijn eigen droom is om op een grotere schaal impact te maken voor alle kinderen in de wereld. En dat is iets wat ik het Emma Kinderziekenhuis ook gun. Dat we nog breder dan alleen Amsterdam en de nabije regio, maar ook ver daarbuiten impact blijven maken.”